NOJK 2022

Column Erik: Binnen beginnen is buiten winnen

Daar sta je dan. Zo jong, enthousiast en leergierig als wat. Je hebt je racket in de hand en luistert vol aandacht naar de uitleg van de tennisleraar. De wind blaast over de bui(t)enbaan. Het is koud, je voelt de regendruppels en het liefst wil je naar binnen. Om je service te oefenen en om een betere tennisser te worden. Helaas kan dat niet. Er is geen binnen meer.

Dit geschetste plaatje maakt ons als KNLTB somber en bezorgd. Binnensportaccommodaties zijn essentieel voor de tennissport. Ooit, nu én in de toekomst. Bovenstaand voorbeeld gaat nog verder. Kinderen trainen soms een heel jaar buiten. Natuurlijk wil de tennisleraar aandacht besteden aan het oefenen van die service. Alleen zet je je tenniskids dan in een rijtje en dus in de wacht tot ze aan de beurt zijn? Nee toch? Laat ze rennen, spelen en in ieder geval bewegen in de kou. Gevolg: er wordt maandenlang niet op die service getraind. Voor de tennisleraar zelf is 52 weken buiten staan trouwens ook geen pretje.

Hallenplan

Als KNLTB zetten we die zorgen zoveel mogelijk om in daden, maar we hebben  het niet helemaal zelf in de hand. Wat doen we zoal? Er zijn 200 tennishallen in ons land en wij hebben een hallenplan. Voor 3 ton hebben we in 16 hallen binnenruimte ingekocht door tennisbanen te reserveren. Daar organiseren we diverse toernooien en draaien samen met de lokale organisaties een aantrekkelijk wedstrijdprogramma in elkaar. Daarmee lopen we een flink financieel risico.
We hoeven daar geen ferme schouderklop voor, maar het maakt wel duidelijk dat we als KNLTB fors de schouders onder het behoud van binnensportaccommodaties zetten. Op deze manier zijn de exploitanten van die tennishallen bijna een half jaar verzekerd van inkomsten. Het liefst zou ik die andere 184 tennishallen ook stuk voor stuk helpen met geld, maar dat gaat gewoonweg niet.

Bierviltje

Verder blijven we als bond in gesprek met eigenaren, beheerders en verhuurders. Zelf krijg ik het letterlijk voorgeschoteld en berekend op een bierviltje, als ik na mijn tennispartij een drankje doe. Dat het lastig is om de exploitatie rond te krijgen als er alleen van november tot maart binnen getennist wordt. En dat padelbanen meer inkomsten opleveren, net als rijen springkussens en tal van bowlingbanen. Ik zie het voor mijn ogen gebeuren. Mijn tennishal is verworven tot een kegelparadijs met 21 van die bowlingbanen op de plek van 3 tennisbanen en vanuit de gedachte van de exploitant begrijp ik het ook nog.

Dragen blaashallen dan bij aan een betere indoorcapaciteit? Ja! Alleen lopen de tennisverenigingen weer leeg op de huidige nog steeds hoge energieprijzen om zo die hal nog enigszins behaaglijk te houden. En eerlijk is eerlijk, blaashallen zijn een goed en tijdelijk alternatief, maar zitten de tennishallen ook een beetje in de weg.

Hoofdpijndossier

Eerlijk, open en hardop denkend. Het is ook de teneur van mijn column. Was het fenomeen ‘ombouwen van tennishal naar padel’ minder snel gegaan als de KNLTB padel niet omarmd had? Ik hoor het sommigen denken. Nee, zeker niet. Padel groeit ook zonder KNLTB hard, commerciële belangen spelen een rol en voor verenigingen is het juist een versterking. Daar geloven we in. We doen als KNLTB wat we kunnen als het gaat om het op peil houden van die indoorcapaciteit. Door te investeren in het reserveren van binnenbanen, door te luisteren naar de exploitanten en bij deze ook door een oproep te plaatsen. Wie helpt ons af van dit hoofdpijndossier?

Denk daarbij nog even terug aan het begin van mijn verhaal. Aan die tenniskids, die buiten in de kou tennisles krijgen. Juist voor hen geldt toch? Binnen beginnen is buiten winnen!


Erik Poel

Erik Poel

Algemeen Directeur KNLTB